Kansspelbelasting en Creditcardwinst — Hoeveel Houd Je Over in 2026?

Laden...
In twee jaar tijd is de kansspelbelasting in Nederland gestegen van 30,5 naar 37,8 procent. Dat is geen geleidelijke aanpassing — het is een versnelling die de hele sector heeft opgeschud. En als je met je creditcard bij een bookmaker hebt gewonnen, merk je die verhoging direct in je netto uitbetaling.
Laat me je laten zien wat die 37,8 procent concreet betekent voor je portemonnee, hoe het zover gekomen is en waarom de gevolgen verder reiken dan alleen jouw winst.
Het tarief van 2026 — en hoe het zo snel steeg
De tijdlijn is veelzeggend. Op 1 januari 2024 betaalde je als speler 30,5 procent kansspelbelasting over je nettowinst. Een jaar later, op 1 januari 2025, sprong dat naar 34,2 procent. En weer een jaar later, per 1 januari 2026, naar de huidige 37,8 procent. In vergelijking: in België betaal je 11 procent, in Duitsland 5,3 procent, in het Verenigd Koninkrijk 15 procent en in Spanje en Italië 20 procent. Nederland heeft daarmee een van de hoogste kansspelbelastingtarieven van heel Europa.
De reden voor die verhoging was budgettair: de overheid verwachtte structureel 202 miljoen euro extra op te halen. Maar de werkelijkheid pakte anders uit. In 2024 bereikte de opbrengst van de kansspelbelasting voor het eerst de grens van een miljard euro. In 2025 daalden de inkomsten juist met 40 miljoen ten opzichte van 2024 — precies het omgekeerde van wat de modellen voorspelden.
Rekenvoorbeeld — wat houd je over?
Neem een concreet geval. Je stort 100 euro met je Visa bij een bookmaker en zet in op een wedstrijd met quotering 3.00. Je wint: brutowinst is 300 euro, waarvan je inzet van 100 euro af gaat. Nettowinst: 200 euro.
Over die 200 euro betaal je 37,8 procent kansspelbelasting. Dat is 75,60 euro. Je houdt netto 124,40 euro over — plus je oorspronkelijke inzet van 100 euro, dus totaal 224,40 euro op je account. Van je brutowinst van 300 euro krijg je dus 224,40 euro mee naar huis.
Bij het oude tarief van 30,5 procent zou je 139 euro netto winst hebben overgehouden, totaal 239 euro. Het verschil: 14,60 euro op een enkele winnende weddenschap. Klinkt misschien niet veel, maar reken dat door over een jaar regelmatig wedden en het loopt op.
Een ander voorbeeld: je wint 1.000 euro netto bij een accumulator. Kansspelbelasting: 378 euro. Je houdt 622 euro over. Bij het tarief van twee jaar geleden zou dat 695 euro zijn geweest — 73 euro meer. Dat is het verschil tussen een weekend weg of niet.
Belangrijk detail: de kansspelbelasting wordt in Nederland ingehouden door de operator. Je hoeft zelf geen aangifte te doen of belasting af te dragen — de bookmaker doet dat voor je. Wat je op je spelersaccount ziet als “winst” is al het nettobedrag na aftrek van belasting. Bij uitbetaling naar je bankrekening komt er dus niet nog een extra heffing bovenop.
Wat veel spelers niet doorrekenen: de belasting geldt over je nettowinst per transactie, niet over je totale resultaat aan het eind van de maand. Verlies je vandaag 50 euro en win je morgen 150 euro netto, dan betaal je 37,8 procent over die 150 — je verlies van gisteren wordt niet verrekend. Dat maakt de effectieve belastingdruk voor regelmatige spelers hoger dan het nominale percentage suggereert.
Een speler die elke maand het maximale stortingsbedrag van 700 euro inlegt en een winstpercentage van 110 procent haalt — wat al bovengemiddeld is — maakt 70 euro brutowinst. Na aftrek van kansspelbelasting houdt hij daar 43,46 euro van over. Dat is een rendement van ruim zes procent op zijn inzet, voor de belasting leek het tien procent. Die kloof is niet triviaal als je serieus met je weddenschappen bezig bent.
Het effect op de legale markt — een spiraal die zichzelf versterkt
Hier wordt het verhaal breder dan alleen jouw portemonnee. De Kansspelautoriteit waarschuwde eerder al dat de dalende trend onder legale spelers mogelijk verklaard wordt doordat zij uitwijken naar het illegale aanbod vanwege de strengere regels voor spelersbescherming. Die analyse geldt versterkt voor de belastingverhoging.
De VNLOK — de brancheorganisatie die zo’n zeventig procent van de legale markt vertegenwoordigt — rapporteerde dat haar leden in 2025 gezamenlijk 288,8 miljoen euro aan kansspelbelasting betaalden. Dat is 43,5 miljoen euro minder dan in 2024, een daling van dertien procent. Minder spelers, lagere omzet, lagere belastinginkomsten — terwijl het tarief juist omhoog ging.
De kanalisatie — het percentage van het totale gokgeld dat naar legale operators gaat — is inmiddels onder de vijftig procent gezakt. Dat betekent concreet: meer dan de helft van het geld dat Nederlanders aan online gokken uitgeven, verdwijnt naar illegale aanbieders die geen belasting afdragen, geen spelerslimieten hanteren en geen verantwoord-spelenbeleid voeren. Een vicieuze cirkel: hogere belasting drijft spelers weg, lagere inkomsten leiden tot roep om nog hogere tarieven om het gat te dichten.
Voor jou als speler die met een creditcard bij een legale bookmaker speelt, is dit relevant om twee redenen. Ten eerste: de hoge belastingdruk maakt de legale markt minder aantrekkelijk in vergelijking met illegale alternatieven die geen belasting inhouden. Ten tweede: als de legale markt verder krimpt, neemt de druk op de overheid toe om het tarief te heroverwegen — maar dat is een politiek proces dat jaren kan duren.
In de tussentijd is het rekenwerk simpel. Elke euro die je wint bij een legale bookmaker levert je 62,2 cent op na belasting. Bij de huidige stortingslimieten — maximaal 700 euro per maand voor spelers boven de vierentwintig — is de ruimte om netto winst te maken beperkter dan ooit. Dat maakt het des te belangrijker om bewust te kiezen waar en hoe je speelt.